Vliegreglement


1: Algemene Veiligheid

1.1: Iedere onervaren vlieger is verplicht zich tijdens het vliegen door een ervaren vlieger van onze club te laten bijstaan. Tot het moment dat hij/zij een brevet heeft.

1.2: Iedereen vliegt met zijn model zodanig dat de veiligheid van mens en dier niet in gevaar wordt gebracht. Het is verboden om laag over publiek, gebouwen, openbare wegen en vee te vliegen. Het is tevens verboden om boven de “pits” te vliegen en in de nabije omgeving van de eendenkooi. Dat is het bos ten zuid oosten van het veld.

1.3: Iedere onervaren vlieger is verplicht zich tijdens het vliegen door een ervaren vlieger van onze club te laten bijstaan. Tot het moment dat hij/zij een brevet heeft.

1.4: Het is niet toegestaan onder invloed van medicijnen (met gele sticker), drugs of alcohol deel te nemen aan het vliegen. Dit houdt in dat het er vlak voor of tijdens de vliegtijd niet gebruikt mag worden.

1.5: Het model moet voortdurend binnen de gezichtkring blijven van degene die hem bestuurt.

1.6: Als er meerdere vliegers tegelijk bezig zijn staan zij naast elkaar op dusdanige afstand dat zij nog duidelijk met elkaar kunnen communiceren.

2: Landen en opstijgen

2.1: Het is alleen voor vliegers, die hun model willen laten opstijgen toegestaan het vliegterrein te betreden. Het is voor een ieder die niet vliegt verboden het terrein te betreden, uitgezonderd instructeurs.

2.2: Indien iemand van plan is zijn model te laten landen, roept hij duidelijk; “LANDING”. In geval van meerdere landende modellen gaat het “langzame” voor het “snellere”, of het “lagere” voor het “hogere” vliegverkeer. Tevens gaat een model waarvan motor is uitgevallen voor al het andere vliegverkeer. (Men roept dan luid en duidelijk “noodlanding“)

3: Materiaal en omgeving

3.1: Een model mag maximaal 25 kg wegen, en niet hoger vliegen dan 300 meter boven de grond en mag niet meer dan 450 meter verwijderd zijn van de bestuurder.

3.2: De constructie van een model moet zodanig zijn dat kans op een ongeval, als kans van breken, defect of losraken van een onderdeel tijdens de vlucht kan worden uitgesloten. Elk nieuw model wordt hierop gecontroleerd door een ervaren vlieger ( aan te wijzen door het bestuur)

3.3: Een model mag alleen radiografisch worden bestuurd met zendapparatuur dat hiervoor bestemd is.

3.4: Indien géén gebruik gemaakt wordt van 2.4Ghz is het gebruik van een frequentiebord verplicht.

3.5: Het vliegen met een model uitgerust met een verbrandingsmotor, zonder dat deze uitgerust is met een doelmatige geluidsdemper, is verboden dit kan steekproefsgewijs door het bestuur gemeten worden.

3.6: De geluidsemissie van een model mag van 9.00 t/m. 19.00 uur ten hoogste 80 db(a) bedragen. ’s Avonds van 19.00 t/m. 22.00 uur 76 db(a) conform de eisen van de K.n.v.L.

4: Machtiging tot vliegen

Gemachtigd tot vliegen op het terrein aan de Zeedijk in Hedel zijn:

De bovengenoemde personen dienen zich te houden aan, en op de hoogte te zijn, van het huishoudelijk reglement.